Historie wetgeving bedrijfsfitness

2007 - Fiscaalvoordelig fitnessen was van oorsprong alleen toegestaan onder werktijd. Dit bleek voor veel werkgevers en werknemers niet toereikend, waardoor sinds 2007 deze vereiste niet langer geldt. Bedrijfsfitness mag nu buíten werktijd plaatsvinden, wat deze arbeidsvoorwaarde ineens een stuk interessanter maakt.

De fiscale regelgeving schrijft voor dat bedrijfsfitness met fiscaal voordeel mag plaatsvinden in eigen tijd, op een daarvoor aangewezen fitnesslocatie. Zoals omschreven in artikel 29 URLB 2001, waarbij de werkgever per vestiging één fitnesslocatie aanwijst of een overeenkomst sluit met één fitnessbedrijf met meerdere vestigingen, wordt het bedrijfsfitnessabonnement na aanschaf door de werkgever onbelast aan de werknemer verstrekt.

2011 - Sinds 2011 kan bedrijfsfitness ook onder de werkkostenregeling (WKR) worden ondergebracht. Het aantal vestigingen van de organisatie is dan niet langer relevant, waardoor de regelgeving versoepelt. Een werkgever kan kiezen of hij de nieuwe WKR toepast of nog het 'oude' keuzeregime van vrije verstrekkingen en vergoedingen. Onder de WKR gelden minder regels voor bedrijfsfitness.

2015 - Sinds 2015 is de WKR verplicht voor alle werkgevers in Nederland. Met het Nationaal Bedrijfsfitness Plan kunnen medewerkers kiezen uit ruim 2.500 fitnesslocaties, terwijl de werkgever het gemak kent van één centraal loket. De abonnementen kunnen onbelast worden vergoed/verstrekt door hiervoor een deel van de forfaitaire ruimte te benutten. Binnen de WKR kan nog steeds bedrijfsfitness volgens het cafetariamodel worden toegepast.